Beste mensen,
Onze eerste koning had een dijk van een staatsinkomen: f 2.400.000.- per
jaar volgens de grondwet van 1815 (bedenk dat een arbeider in de
landprovincies in de 19e eeuw zo'n 40 tot 80 cent per dag verdiende en
met dat laatste bedrag al heel erg blij moest zijn). Maar ja, hij was
dan ook vorst van Nederland, Belgie en Luxemburg (niet noodzakelijk in
die volgorde).
De grondwet van 1815 bepaalde ook dat Willem een deel van dit inkomen
(gelijk aan 5000 kg zuiver goud) kon inruilen voor domeingoederen. Die
werden hem dan in eigendom overgedragen.
Willem maakte in 1822 van deze optie gebruik. De wet die dit regelt en
die hij uiteraard zelf ondertekende en uitvaardigde, bevat een opgave
van al deze overgaande goederen met de namen van de pachters er bij!
Het gaat om circa 2000 stukken land, boederijen, bossen en tienden. Vaak
staat alleen de achternaam van de pachter vermeld, maar voor veel
geinteresseerden zal dat voldoende zijn om eens verder te kijken.
Het gaat voornamelijk om goederen in Noord Brabant, Zeeland, Gelderland
en Belgisch Limburg en in mindere mate om die in Zuid Holland, Utrecht,
Namen, Henegouwen en Luik.
E.e.a. is gebaseerd op scans van een uitgave uit 1840 waar ik al
duizende onvolkomenheden uit heb gehaald, maar ik er heb ongetwijfeld de
nodige gemist.
Het bestand staat op mijn nieuwe site (in staat van wording), maar is al
te benaderen via mijn bestaande Hein Vera's:
http://home.wxs.nl/~vera0000/home.html
vr.gr. Hein Vera


|